Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- een vertegenwoordigster van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 2017 onder toezicht staat. De minderjarige woont bij zijn moeder, die het ouderlijk gezag heeft. Ondanks zorgen vanuit school en eerdere pogingen van hulpverlening is er geen contact met de moeder en de minderjarige, waardoor de situatie onvoldoende geborgd is.
Tijdens de mondelinge behandeling was de moeder afwezig, maar correct opgeroepen. De minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn mening te geven. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming handhaven het verzoek tot verlenging, omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging blijft bestaan, mede door loyaliteitsproblemen en het gebrek aan contact met de moeder.
De kinderrechter overweegt dat de minderjarige na de zomervakantie weer naar school is gegaan, wat positief is, maar dat de moeder nog steeds niet meewerkt en de situatie niet geborgd is. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd van 24 oktober 2023 tot 24 januari 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De GI moet blijven proberen contact te leggen met de moeder en de minderjarige en een borgingsplan opstellen met betrokkenheid van een maatschappelijke hulpverleningsorganisatie.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor drie maanden met onmiddellijke uitvoerbaarheid.