ECLI:NL:RBZWB:2023:7350
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2019 afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende onderbouwing aftrekposten
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (IB) 2019 met een belastbaar inkomen van €34.978. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om ambtshalve vermindering afgewezen. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar te laat is ingediend en dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de inkomsten te hoog zijn vastgesteld. De inspecteur baseerde zich op gerenseigneerde fiscale loongegevens die niet zijn betwist. Daarnaast is het recht op aftrek van hypotheekrente voor een restschuld verworpen, omdat niet is aangetoond dat de voormalige woning binnen de wettelijke periode is verkocht.
Ook de aftrek van specifieke zorgkosten, bestaande uit uitgaven voor homeopathische geneesmiddelen, is niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank wijst erop dat deze kosten alleen aftrekbaar zijn indien zij voldoen aan de limitatieve opsomming van de wet en voorschriften, waaronder een artsenvoorschrift, wat niet is overlegd.
De rechtbank handhaaft de navorderingsaanslag en de belastingrente, en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.