Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eiseres in conventie sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 maart 2022;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 22 september 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen een melkveehouderij en Dio-Agro B.V. over de levering van twee gebruikte, gereviseerde melkrobots. Na levering en ingebruikname in 2017 bleken de melkrobots niet naar behoren te functioneren, met veel storingen en problemen bij het aansluiten van koeien. Diverse inspecties en een deskundigenrapport bevestigden de non-conformiteit.
De eiseres stelde dat Dio-Agro tekortgeschoten was in de nakoming en ontbond de overeenkomst in mei 2019. Dio-Agro voerde verweer met een beroep op de contractuele klachtplicht, opschorting van haar verplichtingen wegens niet-betaling en beperkte aansprakelijkheid voor gevolgschade via de Metaalunievoorwaarden (MUV).
De rechtbank oordeelde dat de klachtplicht niet was geschonden, dat de melkrobots niet voldeden aan de overeenkomst en dat de ontbinding terecht was. Het opschortingsverbod in de MUV was onredelijk bezwarend en werd buiten toepassing gelaten. De gevorderde gevolgschade werd afgewezen omdat het beding in de algemene voorwaarden niet onredelijk was in deze zakelijke context tussen kleine ondernemers.
Dio-Agro werd veroordeeld tot terugbetaling van het betaalde bedrag, vergoeding van expertisekosten en buitengerechtelijke kosten. De proceskosten werden gecompenseerd en de reconventionele vorderingen van Dio-Agro afgewezen.
Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden wegens non-conformiteit; terugbetaling en expertisekosten toegewezen, gevolgschade afgewezen.