Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 13 oktober 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Het college heeft eiseres op 26 maart 2021 een besluit gestuurd over een aanvraag voor een maatwerk voorziening Hulp aan Huis op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Eiseres heeft middels een brief van 16 april 2021 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Het college stelt zich op het standpunt dat de ingebrekestelling van eiseres prematuur is, en dat hij geen dwangsom is verschuldigd. Volgens het college had hij ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Awb in beginsel tot 18 juni 2021 om op het bezwaarschrift van eiseres te beslissen. In een brief van 28 april 2021 heeft hij eiseres de gelegenheid geboden om haar gronden aan te vullen. Eiseres heeft in een e-mail van 10 mei 2021 laten weten dat zij haar bezwaarschrift niet wil aanvullen. Omdat zij in de tussenliggende periode niet heeft laten weten dat zij niet instemt met het uitstellen van de beslistermijn op grond van artikel 7:10, vierde lid, van de Awb, mocht het college erop vertrouwen dat eiseres stilzwijgend instemde met het opschorten van de geboden beslistermijn van 12 dagen. De beslistermijn liep daarom – inclusief de 12 dagen verlening – tot 30 juni 2021.