Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
JEUGDBESCHERMING BRABANT,
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
Het procesverloop
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 juni 2023 een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot wijziging van de zorgregeling voor een minderjarige. De GI verzocht om het contact tussen de moeder en de minderjarige volledig stop te zetten, omdat er al anderhalf tot twee jaar geen omgang was en de minderjarige dit wenste.
De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft bij de vader. De ondertoezichtstelling van de minderjarige was verlengd tot 10 juli 2023, met een voorgenomen beëindiging. Er was een borgingsplan opgesteld en een ouderschapsplan bijna afgerond, hoewel nog niet ondertekend.
De rechtbank constateerde dat de situatie zorgelijk blijft vanwege moeizame samenwerking tussen ouders. De minderjarige wil geen contact met de moeder, maar de rechtbank vindt het verkeerd om het wettelijk recht op omgang volledig te ontzeggen. Daarom wordt bepaald dat de moeder en de minderjarige gerechtigd zijn tot contact, dat in onderling overleg wordt afgesproken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er is een aanbeveling gedaan om een neutrale vertrouwenspersoon voor de minderjarige aan te stellen. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De omgang tussen moeder en minderjarige wordt in onderling overleg vastgesteld, volledig stopzetten wordt afgewezen.