Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
- 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 (2016);
- 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 (2017);
- 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 (2018).
2.Feiten
Termijn behandeling verzoek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Portugal, verzocht om teruggaaf van loonheffing over de jaren 2016 tot en met 2018. De inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees de verzoeken om ambtshalve vermindering af, omdat geen loonheffing was ingehouden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Ter zitting trok belanghebbende haar stelling dat teruggaaf van loonheffing moest plaatsvinden in voornoemde jaren in. Het geschil beperkte zich tot de communicatie van de inspecteur, waarbij belanghebbende zich misleid voelde door tegenstrijdige brieven over de behandeling van haar verzoeken.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet misleidend had gehandeld door belanghebbende te wijzen op haar beroepsmogelijkheden en dat er geen sprake was van strijd met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Vergoeding van griffierecht en proceskosten werd afgewezen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen teruggaaf van loonheffing of kostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard omdat geen loonheffing is ingehouden en de inspecteur niet misleidend heeft gehandeld.