Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het hem tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 december 2022 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van aanranding van het slachtoffer. De officier van justitie stelde dat naast de aangifte van het slachtoffer ook berichtenwisselingen en een getuigenverklaring voldoende steunbewijs boden om tot een bewezenverklaring te komen.
De verdediging betwistte dit en wees op inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en het ontbreken van concreet steunbewijs. De rechtbank overwoog dat in zedenzaken de verklaring van het slachtoffer doorgaans onvoldoende is zonder aanvullend bewijs uit een andere bron.
De rechtbank concludeerde dat de verklaring van de getuige onvoldoende concreet was en dat de app-berichten geen bewijs leverden voor de tenlastegelegde seksuele handelingen of dwang. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die zij bij de burgerlijke rechter kan voortzetten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor aanranding.