ECLI:NL:RBZWB:2023:6977
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen DNA-profielbepaling na veroordeling mishandeling
De veroordeelde, veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote, heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. Hij stelt dat vanwege de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden het DNA-onderzoek niet van betekenis zal zijn voor opsporing en vervolging. De rechtbank heeft het bezwaar behandeld in besloten raadkamer, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was maar zijn advocaat wel.
De rechtbank overweegt dat mishandeling een geweldsmisdrijf is waarbij DNA-onderzoek van belang kan zijn voor opsporing en vervolging. De door de veroordeelde aangevoerde omstandigheden, zoals het ontbreken van recidivegevaar en het feit dat het een eenmalig incident betrof, vormen geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de Wet DNA rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het bevel tot afname van celmateriaal rechtmatig is gegeven en verklaart het bezwaar ongegrond. Tegen deze beslissing staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.