Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.Beslag
5.De beslissing
de officieren van justitie niet ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het vermoorden van haar partner door het toedienen van een toxische hoeveelheid pentobarbital en van het witwassen van een bedrag van 227.735 euro. De zaak is inhoudelijk behandeld tijdens zittingen in september 2023, waarbij zowel de officieren van justitie als de verdediging hun standpunten hebben toegelicht.
Op 25 september 2023 is verdachte overleden door zelfdoding. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht heeft het Openbaar Ministerie gerekwireerd tot niet-ontvankelijkheid in de vervolging. De verdediging sloot zich hierbij aan. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting gesloten en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens het overlijden van verdachte.
Daarnaast heeft de rechtbank het strafvorderlijk beslag op het inbeslaggenomen geldbedrag van 227.735 euro opgeheven en gelast dat dit bedrag wordt teruggegeven aan de rechthebbende. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 27 september 2023 in Breda.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van verdachte; het beslag op het geldbedrag wordt opgeheven en teruggegeven.