Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, voormalig productiemedewerker, werd na een ziekmelding in 2017 aanvankelijk als 100% arbeidsongeschikt beschouwd. Na een aanvraag van de ex-werkgever voor herbeoordeling, stelde het UWV vast dat eiser slechts 23,73% arbeidsongeschikt is en beëindigde daarom de WIA-uitkering per 9 augustus 2022.
Eiser betwistte deze beslissing en voerde aan dat de medische en arbeidskundige beoordelingen onvoldoende rekening hielden met zijn beperkingen en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De rechtbank oordeelt dat het aan eiser was om in beroep specifiek en gemotiveerd aan te tonen waarom het UWV ongelijk zou hebben, hetgeen niet voldoende is gebeurd.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische belastbaarheid van eiser overtuigend en zonder tegenstrijdigheden gemotiveerd, waarbij beperkingen passend bij de aandoening zijn vastgesteld, inclusief psychische beperkingen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser met deze beperkingen arbeid kan verrichten.
De rechtbank volgt deze beoordelingen en ziet geen reden om de geschiktheid van de geduide functies te betwijfelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.