ECLI:NL:RBZWB:2023:6702

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
AWB- 23_9266 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening om omgevingsvergunning

Verzoekster, De Kruidenaer B.V., had beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning voor uitbreiding van een varkenshouderij en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Deze werd op 12 september 2023 ingetrokken nadat vergunninghoudster Lameda B.V. had toegezegd niet te starten met bouwwerkzaamheden totdat de vergunning onherroepelijk is.

Verzoekster vroeg vervolgens om een proceskostenveroordeling van het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur. Het college stelde zich op het standpunt dat zij niet aan het verzoek was tegemoetgekomen en zag daarom geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat alleen tegemoetkoming door het bestuursorgaan kan leiden tot proceskostenveroordeling, maar dat hier vergunninghoudster de toezegging deed. Daarom werd het verzoek afgewezen. Wel werd het griffierecht aan verzoekster terugbetaald.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 september 2023 door voorzieningenrechter R.P. Broeders. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat niet het college maar de vergunninghoudster aan het verzoek tegemoet is gekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9266 WABOM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 september 2023 in de zaak tussen

De Kruidenaer B.V., uit [plaatsnaam] , verzoekster

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur, het college.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Lameda B.V. uit Hoeven,
(vergunninghoudster).

Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 juli 2023 (bestreden besluit) van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van een bestaande varkenshouderij aan de [adres] 16 te [plaatsnaam] . Zij heeft daarnaast de voorzieningenrechter op 25 augustus 2023 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Op 12 september 2023 heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat vergunninghoudster heeft laten weten niet te gaan starten met de bouwwerkzaamheden totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Verzoekster heeft daarbij verzocht om een veroordeling van het college in de proceskosten.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank bij brief van 18 september 2023 meegedeeld geen aanleiding te zien voor vergoeding van de proceskosten. Het college stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van aan verzoekster tegemoetkomen door het college.
1.4.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3.1.
Gelet op de gedingstukken en het in de inleiding opgenomen procesverloop is het niet het college dat is tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening. Het is vergunninghoudster die aan dat verzoek tegemoet is gekomen. Dit is reden om het het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
3.2.
Nu vergunninghoudster heeft toegezegd te wachten met bouwwerkzaamheden totdat op het beroep is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekster terug. [3]

Beslissing

De voorzieningerechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Dat staat in artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.