Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01], geboren op [geboortedatum01] 2001 te [geboorteplaats01] ;
25 september 2023;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 september 2023 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum. Betrokkene verbleef op dat moment in een High Intensive Care (HIC) afdeling van een zorginstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling betwistte betrokkene de aanwezigheid van een psychose en stelde geen gevaar voor zichzelf of anderen te vormen. De advocaat voerde aan dat verplichte zorg niet doelmatig zou zijn en pleitte voor afwijzing van het verzoek. De arts en psychiater bevestigden echter de ernst van de psychische stoornis, het risico op escalaties, agressief gedrag en het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en materiële schade.
De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van een psychose gerechtvaardigd is en dat de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De gevraagde vormen van verplichte zorg, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, zijn proportioneel en noodzakelijk. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt verleend voor drie weken, tot en met 25 september 2023.
Betrokkene verzet zich tegen de verplichte zorg en opname, maar de rechtbank acht de maatregel evenredig en gericht op het bevorderen van de veiligheid en het maatschappelijk functioneren van betrokkene. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorg, exclusief toediening van vocht en voeding.