ECLI:NL:RBZWB:2023:6673
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag OZB wegens onvoldoende bewijs
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB). De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €471.000, belanghebbende pleitte voor €365.000, terwijl de heffingsambtenaar ter zitting een verlaging naar €460.000 voorstelde zonder nadere onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat geen van beide partijen voldoende bewijs heeft geleverd om hun standpunten aannemelijk te maken. Daarom stelt de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €455.000. De aanslag OZB volgt deze waardebepaling. Daarnaast is vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar en beroep de redelijke termijn van 24 maanden met 6 maanden heeft overschreden.
Op grond hiervan kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €50 toe, verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid. Tevens wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegekend. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en vermindert de WOZ-waarde en aanslag overeenkomstig.
Uitkomst: WOZ-waarde en aanslag OZB verminderd naar €455.000 met immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.