ECLI:NL:RBZWB:2023:6661

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 september 2023
Publicatiedatum
22 september 2023
Zaaknummer
AWB- 23_9719 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 2.1 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing omgevingsvergunning aanleg faunarijk grasland

Verzoekers maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning die op 11 juli 2023 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout werd verleend voor het aanleggen van faunarijk grasland op een locatie in de gemeente.

Omdat vergunninghouder al begonnen was met graafwerkzaamheden die onomkeerbare gevolgen kunnen hebben, verzochten verzoekers de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter nam contact op met vergunninghouder, die niet bereid was de werkzaamheden te staken.

Gezien de voortgang van de werkzaamheden en het ontbreken van medewerking kon de voorzieningenrechter op korte termijn geen weloverwogen oordeel geven. Daarom werd de werking van het besluit bij ordemaatregel geschorst tot uiterlijk twee weken na de zitting waarin het verzoek zal worden behandeld. Tot die tijd mogen geen werkzaamheden worden verricht.

Deze schorsing is voorlopig van aard en bindt de voorzieningenrechter niet in de verdere procedure. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de werking van de omgevingsvergunning tot uiterlijk twee weken na de zitting over het verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9719 WABOA VV

uitspraak van 21 september 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[namen verzoekers] . te [vestigingsplaats verzoekers] , verzoekers

gemachtigde: [naam gemachtigde],
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, het college.
Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:
[naam vergunninghouder], te [vestigingsplaats vergunninghouder] , vergunninghouder.

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de op 11 juli 2023 door het college verleende omgevingsvergunning voor het aanleggen van een faunarijk grasland op het adres aan [adres gebied] te [plaats gebied] . Verzoekers hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoekers hebben het verzoek om een voorlopige voorziening op 21 september 2023 ingediend bij de rechtbank. Het bestreden besluit is een omgevingsvergunning die ziet op de activiteit “aanleggen” [1] . Verzoekers hebben aangegeven dat vergunninghouder is begonnen met graafwerkzaamheden en dat dit onomkeerbare gevolgen heeft.
3. De rechtbank heeft na ontvangst van het verzoek contact opgenomen met vergunninghouder met de vraag of deze bereid is om de werkzaamheden te staken in afwachting van een uitspraak van de voorzieningenrechter. Vergunninghouder was daartoe niet bereid.
4. Nu de werkzaamheden volop bezig zijn en vergunninghouder niet bereid is deze te staken is de voorzieningenrechter op deze korte termijn niet in staat om een weloverwogen oordeel te geven over het verzoek om een voorlopige voorziening. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter de werking van het bestreden besluit bij ordemaatregel schorsen tot uiterlijk twee weken na de zitting waarop het verzoek zal worden behandeld. Dat betekent dat tot die tijd geen werkzaamheden op het adres aan [adres gebied] te [plaats gebied] , mogen worden verricht. Deze ordemaatregel heeft een voorlopig karakter en de voorzieningenrechter is daar in de verdere procedure niet aan gebonden.

Beslissing

De voorzieningenrechter schorst de werking van het besluit van 11 juli 2023 tot uiterlijk twee weken na de zitting waarop het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden behandeld.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 21 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Dit is de activiteit bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald.