Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, voormalig lingerista, kreeg een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop de uitkering per 14 juli 2022 werd beëindigd.
Eiseres betwistte dit en stelde dat haar medische situatie niet was verbeterd en dat er sprake was van geen benutbare mogelijkheden (GBM). Zij voerde aan dat de verzekeringsarts de ernst van haar psychische klachten en cognitieve beperkingen onvoldoende had erkend en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid op overtuigende wijze had gemotiveerd, waarbij geen sprake was van een ernstige psychische stoornis zoals vereist voor GBM. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren adequaat vastgesteld en er was geen medische grond voor een urenbeperking.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres nog 93,64% van haar loon kon verdienen met passende functies, wat neerkomt op minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 14 juli 2022 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.