Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
€ 3.800,00voor onderhavig feit.
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 februari 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bedreiging met een vuurwapen bij de woning van het slachtoffer op 11 augustus 2018.
De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van het slachtoffer, die aangaf dat verdachte en medeverdachte met een geweer voor zijn woning stonden en dat er met het wapen op hem werd gericht. Er werden wapens aangetroffen in een andere woning waar medeverdachte gewond was geraakt door een kogel uit een van die wapens. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was en dat verdachte niet in de woning met de wapens was geweest.
De rechtbank stelde vast dat hoewel verdachte en medeverdachte bij de woning van het slachtoffer waren en er een schermutseling had plaatsgevonden, onvoldoende vaststaat dat verdachte daadwerkelijk met een vuurwapen heeft bedreigd. De verklaring van het slachtoffer was wisselend en niet ondersteund door ander bewijs. Ook was onduidelijk hoe het letsel van verdachte was ontstaan. Daarom werd verdachte vrijgesproken.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenlastelegging niet bewezen was. De rechtbank veroordeelde het slachtoffer in de kosten van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor bedreiging met vuurwapen.