Uitspraak
[bedrijf gedaagde],
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
- primair te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.404,51 uit hoofde van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst, te vermeerderen met de contractuele vertragingsrente over een bedrag van € 1.687,06 vanaf 31 augustus 2022 tot de dag van de algehele voldoening;
- subsidiair te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.473,49 uit hoofde van de tussen partijen sinds 2 december 2021 openstaande facturen, te vermeerderen met de contractuele vertragingsrente over een bedrag van € 3.858,18 vanaf 24 februari 2023 tot de dag van de algehele voldoening;
- primair en subsidiair te veroordelen in de proceskosten, de nakosten en de rente daarover.
3.De beoordeling
“(…) Hierbij bevestig ik de gemaakte afspraken.