ECLI:NL:RBZWB:2023:5917
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Bogaert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opschorting en wijziging contactregeling minderjarige wegens ontbreken spoedeisend belang
Partijen, voormalige echtgenoten, zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 mei 2023 een contactregeling vastgesteld waarbij de minderjarige in een week-op-week-af regeling bij beide ouders verblijft, met wisselmomenten op school en bij geen schoolgang aan de voordeur van de ouder.
De vrouw vordert in kort geding opschorting van deze regeling en wijziging van de contactregeling vanwege spanningen en onrust bij overdrachten aan de voordeur van haar woning, met name tijdens vakanties. De man verzet zich tegen deze vorderingen en wijst op het belang van naleving van de rechterlijke beschikking en het ontbreken van spoedeisend belang.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling adviseren de rechtbank de bestaande regeling te handhaven, mede omdat de overdrachten via school goed verlopen en de eerstvolgende overdracht buiten school pas in de herfstvakantie plaatsvindt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt, omdat de spanningen zich beperken tot overdrachten aan de voordeur van de vrouw en de situatie binnen 1,5 week verbetert door het hervatten van overdrachten op school. De vorderingen van de vrouw en man worden afgewezen en partijen worden geadviseerd hulpverlening in te schakelen om de spanningen te verminderen.
Uitkomst: Vorderingen tot opschorting en wijziging contactregeling worden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.