ECLI:NL:RBZWB:2023:586
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift ongegrond verklaard tegen afname en verwerking DNA-profiel bij Opiumwet-overtreding
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat dit niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging gezien de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld in besloten raadkamer, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was maar zijn advocaat en de officier van justitie wel. De veroordeelde was veroordeeld voor overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en kreeg een voorwaardelijke taakstraf opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname en dat geen uitzonderingen van toepassing zijn. Het feit dat het een atypisch delict betreft en dat de veroordeelde niet eerder is veroordeeld, maakt geen uitzondering. De rechtbank weegt mee dat de opgelegde voorwaardelijke straf wijst op een reëel recidivegevaar.
De rechtbank wijst het bezwaar af en bevestigt dat het DNA-profiel mag worden bepaald en verwerkt. Tevens wordt opgemerkt dat indien het hoger beroep van de veroordeelde succesvol is, het DNA-profiel uit de databank zal worden verwijderd. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.