ECLI:NL:RBZWB:2023:5751
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering Tozo-uitkering wegens inkomsten uit BV
Eiser, mede-bestuurder en aandeelhouder van een BV en eigenaar van een eenmanszaak, ontving tussen maart 2020 en september 2021 Tozo-uitkeringen. Het college herzag en trok de uitkering in over diverse maanden omdat eiser inkomsten had die de uitkeringsnorm overschreden, en vorderde een bedrag van €4.659,11 terug.
Eiser voerde aan dat het college ten onrechte geen gemiddelde berekening van variabele kosten toepaste, waardoor onterecht winst werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het inkomen per maand heeft vastgesteld conform de Participatiewet en Tozo-regels, waarbij maandelijkse inkomsten worden verrekend zonder compensatie tussen maanden.
De rechtbank verwierp het beroep omdat eiser zijn argumenten onvoldoende onderbouwde en bevestigde dat de winst in de BV ook als inkomen moet worden beschouwd, ongeacht of deze is uitgekeerd. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, intrekking en terugvordering van de Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard.