De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 augustus 2023 een tussentijdse beoordeling gedaan van de isd-maatregel die aan veroordeelde is opgelegd. De maatregel werd oorspronkelijk opgelegd voor de duur van twee jaar en het Openbaar Ministerie diende binnen zes maanden te rapporteren over de voortzetting.
Tijdens de zitting zijn meerdere betrokkenen gehoord, waaronder de officier van justitie, de veroordeelde met zijn raadsman, een senior casemanager en een toezichthouder van de reclassering. Uit de rapportage van de penitentiaire inrichting en de kliniek blijkt dat veroordeelde zich goed inzet en therapie volgt, maar dat zijn antisociale persoonlijkheidsproblematiek met impulsiviteit en frustratieregulatie nog onvoldoende is behandeld. Het risico op recidive wordt als matig tot hoog ingeschat, mede door het ontbreken van stabiele huisvesting.
De rechtbank concludeert dat ondanks de positieve stappen het te vroeg is om de maatregel te beëindigen. De overgang naar zelfstandig wonen is een cruciale fase waarvoor begeleiding en behandeling noodzakelijk blijven. Het subsidiaire verzoek tot aanhouding van de beslissing wordt afgewezen. De rechtbank beslist daarom tot voortzetting van de isd-maatregel om de kans op succesvolle maatschappelijke terugkeer te vergroten.