ECLI:NL:RBZWB:2023:5731
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen
Verzoeker had sinds 2013 een AIO-aanvulling op zijn AOW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) schortte de betaling op en trok de AIO aanpassing in omdat verzoeker niet de gevraagde informatie aanleverde. Verzoeker diende bezwaar in, dat kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens vroeg verzoeker opnieuw een AIO-aanvulling aan, maar leverde niet alle benodigde gegevens aan, met name over zijn huwelijken en onroerend goed in het buitenland.
De Svb wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie om het recht op AIO vast te stellen. Verzoeker gaf aan dat hij afhankelijk is van hulpverlening en dat het verkrijgen van de gevraagde informatie tijd kost, mede door taalbarrières en buitenlandse omstandigheden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bewijslast bij verzoeker ligt om zijn financiële situatie duidelijk te maken en dat de gevraagde gegevens noodzakelijk zijn.
Omdat verzoeker niet alle relevante informatie heeft verstrekt en de Svb terecht de aanvraag afwees, zag de voorzieningenrechter geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen zonder toekenning van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de AIO-aanvulling wordt afgewezen.