Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 31 oktober 2022 waarbij een loongerelateerde WIA-uitkering is toegekend. Zij stelt dat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 8 december 2022. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk gegrond is.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn van zeventien weken, verlengd met zes weken, heeft overschreden. Eiseres heeft het UWV op 23 mei 2023 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder besluit. Het UWV geeft aan dat de overschrijding te wijten is aan een chronisch tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, is een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van in totaal € 468,50 aan eiseres vergoeden.