ECLI:NL:RBZWB:2023:560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen opname DNA-profiel bij veroordeling wegens Opiumwet overtreding ongegrond verklaard
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling wegens overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet. Hij stelde dat het DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging vanwege de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden, waaronder de zogenoemde achterdeurproblematiek.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk behandeld en overwogen dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname. Hoewel het een atypisch delict betreft, acht de rechtbank dit geen reden voor een uitzondering op de Wet DNA. De rechtbank weegt mee dat de veroordeelde een voorwaardelijke taakstraf met proeftijd heeft gekregen, wat duidt op een reëel recidivegevaar.
De rechtbank wijst het bezwaar af en benadrukt dat de keuze van de veroordeelde om de strafbeschikking te weigeren en de zaak aan de rechter voor te leggen het risico met zich meebrengt dat een DNA-profiel wordt afgenomen en opgeslagen. Er zijn geen gronden om het DNA-profiel niet te bepalen en verwerken, en het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.