ECLI:NL:RBZWB:2023:5567
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontbreken recidivegevaar na schorsing
Op 16 februari 2021 heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen wegens ernstige bezwaren omtrent het samen met anderen produceren van synthetische drugs en voorbereidingshandelingen op 6 februari 2021. De voorlopige hechtenis was gebaseerd op de recidivegrond en werd op 13 augustus 2021 geschorst.
Op 28 juli 2023 verzocht verdachte om opheffing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en partijen gehoord. Gezien het tijdsverloop van bijna twee jaar sinds de schorsing, is het recidivegevaar niet meer voldoende concreet en acuut. Hoewel de productie van synthetische drugs een lucratieve bezigheid is met een kans op herhaling, ontbreken concrete aanwijzingen die ernstige vrees voor recidive rechtvaardigen.
Daarom wordt de recidivegrond niet langer aangenomen en is er geen grond meer voor voorlopige hechtenis. De rechtbank besluit de voorlopige hechtenis per direct op te heffen.
Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis van verdachte op wegens het ontbreken van concreet en acuut recidivegevaar.