Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 januari 2023 met de daarin genoemde stukken;
- de mondelinge behandeling van 31 mei 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 1 januari 2021 een overeenkomst van opdracht voor twee jaar, verlengd tot 1 januari 2025, waarbij eiser werkzaamheden verrichtte zoals boekhouding en belastingaangifte. Gedaagde betaalde niet tijdig de facturen, ondanks herinneringen, wat leidde tot een betalingsachterstand van €7.237,35.
Eiser vorderde ontbinding van de overeenkomst, betaling van achterstallige termijnen, en een schadevergoeding wegens winstderving over de resterende looptijd. Gedaagde betwistte de hoogte van de facturen en verwees naar een financieel lastige privésituatie, maar maakte geen bezwaar tegen het aantal mutaties waarop de facturering was gebaseerd.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming, ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt, en dat de facturen juist zijn. De schadevergoeding werd vastgesteld op €2.457,00 exclusief btw, gebaseerd op 70% winst over 26 maanden. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de achterstallige termijnen, schadevergoeding, proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De overeenkomst van opdracht wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige termijnen, schadevergoeding en proceskosten.