Uitspraak
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was in dienst bij gedaagde op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot eind 2021. Gedaagde zegde de overeenkomst aan en droeg zijn bedrijf over aan een derde op 13 december 2021.
Door de overgang van onderneming gingen de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst over op de nieuwe eigenaar, waarbij gedaagde nog een jaar hoofdelijk aansprakelijk blijft voor verplichtingen ontstaan vóór de overgang.
Eiseres vorderde betaling van loon over mei tot en met december 2021, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en overuren. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde aansprakelijk is voor loon tot de datum van overgang, 12 december 2021, en veroordeelde hem tot betaling van € 1.056,43 bruto, een wettelijke verhoging van 25% en wettelijke rente vanaf 7 januari 2022.
De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging en rente, en in de proceskosten.