Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 1.129,00. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 26 mei 2022, de dag dat de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;
een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 60 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
30 dagen;
een jeugddetentie van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
de benadeelde partij [slachtoffer]van
€ 1.129,00, waarvan € 129,00 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 mei 2022 tot aan de dag der voldoening;
21 dagengijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;