Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[bedrijf01 1],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Sport Holding verhuurde bedrijfsruimte aan huurder die woon- en opslagruimte wilde combineren. Huurder klaagde over diverse gebreken zoals lekkages, asbest en een niet-functionerende cv-ketel, maar vroeg geen huurprijsvermindering en ontbinding van de huurovereenkomst werd niet aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de gebreken onvoldoende ernstig waren om de huurovereenkomst te ontbinden of huurprijsvermindering toe te kennen. Huurder had de huurovereenkomst niet rechtsgeldig beëindigd en bleef daardoor huur verschuldigd.
De vorderingen van huurder tot schadevergoeding voor verhuiskosten, hogere opslagkosten en waardeverlies van zijn woning werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een gegronde reden voor ontbinding.
De rechtbank veroordeelde huurder tot betaling van € 24.999,- plus wettelijke rente en proceskosten aan Sport Holding. De vordering in reconventie werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurvordering van € 24.999,- plus rente en kosten toegewezen, schadevergoedingsvordering afgewezen.