Uitspraak
1.[gedaagde01] ,
2.
[gedaagde02],
3.
[gedaagde03] B.V.in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde01] ,
1.De procedure
2.De feiten
“ [gedaagde01] en zoon”de huurders zijn. Daarnaast is – voor zover nog relevant – in artikel 3 het Pro volgende opgenomen: