Op 29 augustus 2022 vond te Breda een ernstig verkeersongeval plaats waarbij verdachte met zijn auto door rood licht reed en een fietser, die groen licht had, aanreed. De fietser raakte zwaargewond en overleed enkele dagen later in het ziekenhuis.
De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen kon worden dat verdachte het primair tenlastegelegde feit van het door rood rijden had begaan, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken. Wel werd vastgesteld dat verdachte zich schuldig maakte aan het subsidiaire feit van het veroorzaken van gevaar op de weg door zijn verkeersgedrag, wat leidde tot het ongeval.
De officier van justitie vorderde een geldboete van €1.500 en een rijontzegging van 4 maanden. De rechtbank matigde de boete tot €1.000 en legde een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden op met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schade aan de benadeelde partij en werd vervangende hechtenis van 20 dagen opgelegd bij niet-betaling van de boete. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op de nabestaanden.
Deze uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging tussen strafrechtelijke verantwoordelijkheid en persoonlijke omstandigheden van verdachte.