Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 793,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer is sinds oktober 2020 in dienst als monteur en sinds maart 2021 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Het UWV legde een loonsanctie op vanwege onvoldoende re-integratie, waardoor de werkgever verplicht is het loon door te betalen tot maart 2024.
De werknemer vordert in kort geding betaling van loon over mei en juni 2023, waarbij discussie bestaat over de hoogte van het loon en de toepasselijkheid van de cao Metaal en Techniek. De werkgever betaalde 70% van een bepaald stamloon, maar staakte betaling in mei en juni 2023.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer recht heeft op loonbetaling over deze maanden, maar dat het loon op basis van de functie-inschaling en de loonsanctie 70% van € 2.407,00 bruto per maand bedraagt. Het hogere loonpercentage van 90% uit de cao geldt alleen tot 24 maanden arbeidsongeschiktheid en niet tijdens de verlengde loonsanctieperiode.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging, evenals proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van 70% van het bruto maandsalaris over mei en juni 2023, met wettelijke rente, wettelijke verhoging en proceskosten.