Uitspraak
1.[eiser01] ,
2.
[eiser02],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder huurt sinds 1 september 2017 een kamer van de verhuurder. In januari 2021 kondigde verhuurder een huurverhoging aan, die huurder niet betaalde omdat zij meende dat deze nietig was vanwege overheidsmaatregelen. De rechtbank oordeelt dat de huurverhoging nietig is wegens niet-naleving van de wettelijke procedure, waardoor de oude huurprijs blijft gelden.
Verhuurder stelde dat huurder tekortschiet door het niet betalen van huur en het veroorzaken van overlast. Huurder betwistte dit en leverde bewijs van betaling. De rechtbank concludeert dat huurder de huur heeft voldaan en dat overlast onvoldoende is onderbouwd.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen omdat geen tekortkoming is vastgesteld. Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente wordt toegewezen over het proceskostenbedrag.
Uitkomst: De vorderingen van verhuurder worden afgewezen omdat huurder niet tekortschiet in haar verplichtingen en de huurverhoging niet rechtsgeldig is door niet-naleving van de wettelijke procedure.