Uitspraak
[bedrijf01],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 23 januari 2021 sloten partijen een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte met ingang van 1 april 2021. De huurder raakte in huurachterstand en betaalde ondanks meerdere aanmaningen niet. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het pand en betaling van de achterstallige huur en boetes.
De huurder erkent de achterstand en beroept zich op detentie als oorzaak, met het verzoek tot voortzetting van de overeenkomst en betalingsregeling. De kantonrechter oordeelt dat het beroep op opschorting faalt omdat de huurder het pand kan betreden en de verhuurder het recht heeft de stroomvoorziening te beëindigen bij niet-betaling.
De huurachterstand van meer dan drie maanden rechtvaardigt ontbinding en ontruiming. De kantonrechter wijst de ontbinding toe met een ontruimingstermijn van veertien dagen. De gevorderde boete wordt gematigd tot 2% per maand wegens redelijkheid en billijkheid. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, incassokosten, lopende huur en gebruiksvergoeding tot ontruiming, alsmede proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boetes en kosten.