ECLI:NL:RBZWB:2023:4935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag erfbelasting en gehandicaptenvrijstelling na overlijden moeder
Belanghebbende, volledig arbeidsongeschikt en failliet verklaard, maakte bezwaar tegen een aanslag erfbelasting na het overlijden van zijn moeder in 2017. Hij stelde dat hij grotendeels op haar kosten werd onderhouden en dat de gehandicaptenvrijstelling van toepassing moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de beperkingen van belanghebbende, zijn totale inkomsten inclusief curatorbeheer en hypotheeklasten hoger waren dan de bijdrage van zijn moeder, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarde van grotendeels onderhoud op kosten van de overledene. Ook het faillissement en een mogelijke onderbedelingsvordering werden niet als redenen gezien om de aanslag te verminderen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de aanslag bleef in stand en belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag erfbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag blijft onverminderd van kracht.