ECLI:NL:RBZWB:2023:4806
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting bij gebruik openbare weg tijdens schorsing
Belanghebbende is houder van een camper waarvan het kenteken van 19 oktober 2020 tot 18 oktober 2021 was geschorst. Op 11 juni 2021 is via camerabeelden vastgesteld dat de camper tijdens de schorsingsperiode gebruik maakte van de openbare weg. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op.
Belanghebbende voerde aan dat de camper vrijwel de gehele periode in de stalling stond en slechts enkele dagen werd gebruikt, en beriep zich op de menselijke maat. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor naheffing over de laatste vier tijdvakken van drie maanden en dat de rechtbank deze wettelijke regeling niet kan toetsen op billijkheid.
Ten aanzien van de boete stelde belanghebbende dat sprake was van een vergissing en dat hij maatregelen had getroffen om herhaling te voorkomen. De rechtbank vond echter dat geen sprake was van afwezigheid van alle schuld en handhaafde de reeds gematigde boete van €180.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de naheffingsaanslag en de verzuimboete in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting worden gehandhaafd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.