ECLI:NL:RBZWB:2023:4800
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoekster kreeg een Ziektewetuitkering die per 4 februari 2019 werd beëindigd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), omdat zij volgens UWV hersteld was. Verzoekster maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Na aanvullend beroepschrift besloot UWV het bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen en trok het eerdere besluit in, waarmee de Ziektewetuitkering werd voortgezet.
Naar aanleiding van deze intrekking trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en veroordeelde UWV tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor de beroepsfase, vastgesteld op € 837,-. Daarnaast wees de rechtbank erop dat UWV verplicht is het griffierecht van € 50,- te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt op 6 juli 2023 door rechter J. van Alphen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten aan verzoekster.