Uitspraak
1.[gedaagde sub01] ,
2.
[gedaagde sub02],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 1 juli 2020 sloten Aegon en de gedaagden een huurovereenkomst voor woonruimte waarbij beide gedaagden als contractuele medehuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn. De gedaagden lieten een aanzienlijke huurachterstand ontstaan. Ondanks aanmaningen, sommaties en hulp van de gemeente, bleef betaling uit.
Gedaagde sub02 verscheen niet op de zitting en werd verstek verleend. Gedaagde sub01 verscheen ook niet en betwistte niet de vordering. Hij stelde dat hij sinds mei 2022 niet meer in de woning woonde en dat het huurcontract was gewijzigd, maar dit werd niet bewezen. Volgens de algemene bepalingen en de wet blijven zij hoofdelijk aansprakelijk.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst ontbonden moet worden wegens de huurachterstand. De gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.