ECLI:NL:RBZWB:2023:4668
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na whiplash
Eiser, werkzaam als taxichauffeur/centralist, raakte op 6 januari 2017 betrokken bij een verkeersongeval en meldde zich in september 2018 ziek vanwege klachten als gevolg van een whiplash. Het UWV weigerde een WIA-uitkering per 13 april 2021 omdat de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 18,51%.
De rechtbank toetste het medisch oordeel van het UWV, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen die de functionele beperkingen van eiser objectief vaststelden. Hoewel eiser veel klachten ervaart, zijn volgens de rechtbank alleen medisch objectief vastgestelde beperkingen relevant. De rechtbank achtte het onderzoek zorgvuldig en vond geen aanleiding om de beperkingen te verhogen.
De arbeidsdeskundige stelde passende functies vast die eiser zou kunnen verrichten, en de berekening van de arbeidsongeschiktheid op basis daarvan leidde tot minder dan 35%. Omdat de WIA-uitkering pas toegekend wordt bij minstens 35% arbeidsongeschiktheid, was de weigering terecht.
Eiser is sinds 28 maart 2023 opnieuw arbeidsongeschikt en ontvangt een Ziektewetuitkering, maar dit kan de beoordeling per 13 april 2021 niet wijzigen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de WIA-uitkering per 13 april 2021 terecht geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.