De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 juni 2023 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven, in bezit hebben en toegang verschaffen tot kinderporno gedurende de periode van april tot december 2021. Verdachte maakte hiervan een gewoonte. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 15 juni 2023, waarbij verdachte een bekennende verklaring aflegde.
Het bewijs bestond uit de bekennende verklaring, een proces-verbaal met een overzicht van het strafbare materiaal, waaronder foto’s en video's van minderjarige meisjes tussen 10 en 16 jaar oud, en digitale gegevensdragers zoals een harde schijf, GSM en USB-stick. De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het schadelijke karakter van kinderporno en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een blanco strafblad en het feit dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen en hulp zocht. De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden en toezicht.
De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van 240 uur, een gevangenisstraf van 60 dagen waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling en het vermijden van kinderporno. De rechtbank benadrukte het belang van het voorkomen van recidive en het beschermen van de samenleving.