ECLI:NL:RBZWB:2023:4532

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 juni 2023
Publicatiedatum
29 juni 2023
Zaaknummer
22-027864
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 552a SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na teruggave inbeslaggenomen auto

Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt in verband met een klaagschriftprocedure ex artikel 552a Sv over een inbeslaggenomen auto. De officier van justitie had de auto teruggegeven, waarna verzoeker een vergoeding van €1.125,30 aan kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift verzocht.

De rechtbank oordeelt dat de zaak zonder strafoplegging eindigde en dat de rechtbank bevoegd is het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 530 Sv Pro kan vergoeding worden toegekend voor kosten van rechtsbijstand indien billijkheid dit vereist. De rechtbank acht het gevraagde bedrag voldoende onderbouwd en billijk.

De rechtbank kent daarom €1.125,30 toe aan kosten rechtsbijstand en €680,00 als forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift in de raadkamer, in totaal €1.805,30. Dit bedrag wordt overgemaakt aan De Tomaso 2.0 B.V. onder vermelding van de naam van verzoeker en OM vergoeding.

De beslissing is op 8 juni 2023 door rechter J.C. Gillesse gegeven en uitgesproken in openbare terechtzitting. Tegen deze beslissing kan binnen de wettelijke termijnen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €1.805,30.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 96-242101-22
rk-nummer: 22-027864
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 5 december 2022, in de zaak:
[verzoeker01],
geboren op [geboortedatum01] 1983 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),
woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas te (4837 BD) Breda, Chopinstraat 17.
Verzoeker is [verzoeker01] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.125,30, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het klaagschrift ex artikel 552a Sv d.d. 25 oktober 2022;
  • de beslissing van de officier van justitie tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager d.d. 4 november 2022;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie.
Op 25 mei 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. E.M.J. Thomas als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat hij op 25 oktober 2022 een klaagschrift ex artikel 552a Sv heeft ingediend in verband met een inbeslaggenomen auto met [kenteken01] . Op 4 november 2022 heeft de officier van justitie besloten tot teruggave van de auto aan verzoeker. Verzoeker heeft in verband met de klaagschriftprocedure kosten van rechtsbijstand gemaakt en verzoekt daarvoor een bedrag ter hoogte van € 1.125,30, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de door verzoeker verzochte vergoeding ex artikel 530 Sv Pro geheel toewijsbaar is.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 1.125,30is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.805,30, bestaande uit:
- € 1.125,30 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.805,30zal worden overgemaakt op [rekeningnummer01] ten name van De Tomaso 2.0 B.V., onder vermelding van “ [verzoeker01] /OM vergoeding”.
Deze beslissing is op 8 juni 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).