ECLI:NL:RBZWB:2023:428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdheidsverklaring inzake brief Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen een brief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van 13 juli 2022. De rechtbank heeft zich in eerste instantie onbevoegd verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreft. Hiertegen is verzet ingesteld.
De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de onbevoegdheidsverklaring terecht is gegeven en of de procedure correct is verlopen. Opposanten voerden aan dat de uitspraak onzorgvuldig tot stand kwam, onder meer omdat deze niet door de griffier was ondertekend en dat de brief wel rechtsgevolgen heeft. De rechtbank oordeelt dat de procedure juist is gevolgd en dat de griffier verhinderd was te ondertekenen, wat correct is vermeld.
Daarnaast bevestigt de rechtbank dat de brief van de Inspectie geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die de rechtspositie van opposanten wijzigt. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die dit standpunt ondersteunt. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdheidsverklaring wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.