ECLI:NL:RBZWB:2023:4246
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Karsten-Badal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen en proceskostenveroordeling na verzoek tot doorhaling procedure
In deze civiele bodemzaak heeft eiseres in de hoofdzaak verzocht de procedure in te trekken, wat de kantonrechter interpreteert als een verzoek tot doorhaling van de procedure. Omdat Rabobank verzocht om vonnis te wijzen en veroordeling in proceskosten, wordt de zaak niet doorgehaald maar wordt vonnis gewezen. De vorderingen van eiseres worden afgewezen omdat zij deze niet langer in stand houdt.
Eiseres wordt veroordeeld in haar eigen proceskosten aangezien Rabobank nog geen conclusie van antwoord in de hoofdzaak heeft genomen. De opgeworpen bevoegdheids- en voegingsincidenten worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de hoofdzaak is afgedaan.
In het bevoegdheidsincident wordt de verweerster in het incident veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Rabobank, vastgesteld op €199 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met wettelijke rente. De kosten van het voegingsincident blijven voor rekening van de verzoekende partij. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023 door kantonrechter Karsten-Badal.
Uitkomst: De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in haar proceskosten; de incidenten worden eveneens afgewezen.