ECLI:NL:RBZWB:2023:4246

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
19 juni 2023
Zaaknummer
10238478 CV EXPL 22-4555 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Karsten-Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen en proceskostenveroordeling na verzoek tot doorhaling procedure

In deze civiele bodemzaak heeft eiseres in de hoofdzaak verzocht de procedure in te trekken, wat de kantonrechter interpreteert als een verzoek tot doorhaling van de procedure. Omdat Rabobank verzocht om vonnis te wijzen en veroordeling in proceskosten, wordt de zaak niet doorgehaald maar wordt vonnis gewezen. De vorderingen van eiseres worden afgewezen omdat zij deze niet langer in stand houdt.

Eiseres wordt veroordeeld in haar eigen proceskosten aangezien Rabobank nog geen conclusie van antwoord in de hoofdzaak heeft genomen. De opgeworpen bevoegdheids- en voegingsincidenten worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de hoofdzaak is afgedaan.

In het bevoegdheidsincident wordt de verweerster in het incident veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Rabobank, vastgesteld op €199 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met wettelijke rente. De kosten van het voegingsincident blijven voor rekening van de verzoekende partij. Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023 door kantonrechter Karsten-Badal.

Uitkomst: De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in haar proceskosten; de incidenten worden eveneens afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10238478 \ CV EXPL 22-4555
Vonnis van 14 juni 2023
in de zaak van
de vennootschap onder firma [eiseres in hoofdzaak01] V.O.F.,
gevestigd te [plaats01] ,
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten,
gemachtigde: [gemachtigde01] , werkzaam ten kantore van [bedrijf01] te [plaats02] ,
tegen
de coöperatie Rabobank U.A.,
statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te (3521 CB) Utrecht aan het adres Croeselaan 18,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheidsincident, verweerster in het voegingsincident,
gemachtigde: mr. F.J. Laagland, advocaat te Eindhoven,
waarin de volgende partij heeft verzocht zich te mogen voegen aan de zijde van eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de incidenten:
de besloten vennootschap [eiseres in voegingsincident01] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats03] aan het adres [adres01] ,
eiseres in het voegingsincident,
gemachtigde: mr. M.A.E. Dekens, advocaat te Delfzijl.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres in hoofdzaak01] ”, “Rabobank” en “ [eiseres in voegingsincident01] ”.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
a. de dagvaarding van [eiseres in hoofdzaak01] van 1 december 2022 met producties;
b. de incidentele conclusie van Rabobank inhoudende het verweer van onbevoegdheid van 8 februari 2023 met één productie;
c. de incidentele conclusie van [eiseres in voegingsincident01] tot voeging aan de zijde van [eiseres in hoofdzaak01] van 8 februari 2023 met producties;
d. de conclusie van antwoord van [eiseres in hoofdzaak01] van 22 februari 2023 in het bevoegdheidsincident;
e. het verzoek van [eiseres in hoofdzaak01] om de procedure in te trekken;
f. het verzoek van Rabobank om vonnis (in incident) te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

In de hoofdzaak
2.1.
De kantonrechter overweegt dat [eiseres in hoofdzaak01] heeft aangegeven de procedure te willen intrekken. De procedure kan niet meer worden ingetrokken, aangezien deze is uitgeroepen op de eerst dienende dag waartegen Rabobank is opgeroepen. Daarom begrijpt de kantonrechter het verzoek van [eiseres in hoofdzaak01] in dit geval als een verzoek om doorhaling van de procedure (artikel 246 Rv Pro). Rabobank heeft evenwel verzocht om vonnis te wijzen met veroordeling van [eiseres in hoofdzaak01] in de proceskosten. Daarom zal de zaak niet worden doorgehaald, maar zal vonnis worden gewezen. Nu uit het verzoek van [eiseres in hoofdzaak01] kan worden afgeleid dat zij haar vorderingen niet langer in stand houdt, behoeven deze geen nadere behandeling. De vorderingen worden dan ook afgewezen.
2.2.
[eiseres in hoofdzaak01] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze bestaan in dit geval uit haar eigen proceskosten, aangezien Rabobank (nog) geen conclusie van antwoord in de hoofdzaak heeft genomen.
In het bevoegdheidsincident en het voegingsincident
2.3.
Nu de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen, is er geen belang meer bij de opgeworpen incidenten. Deze worden om die reden afgewezen.
2.4.
[verweerster in incident01] wordt in het bevoegdheidsincident als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Rabobank berekend op € 199,- aan gemachtigdensalaris. De rente over de proceskosten wordt toegewezen als in het dictum vermeld. De kosten voor de conclusie ten aanzien van het voegingsincident dat is opgeworpen door [eiseres in voegingsincident01] , blijven voor rekening van [eiseres in voegingsincident01] .
De beslissing
De kantonrechter:
in de hoofdzaak
wijst de vorderingen af;
veroordeelt [eiseres in hoofdzaak01] in haar proceskosten;
in het bevoegdheidsincident
wijst de vordering af;
veroordeelt [verweerster in incident01] in de kosten van deze procedure aan de zijde van Rabobank berekend op een bedrag van € 199,- aan salaris voor de gemachtigde van Rabobank, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in het voegingsincident
wijst de vordering af;
bepaalt dat [eiseres in voegingsincident01] zelf de kosten voor haar conclusie draagt;
in de hoofdzaak, het bevoegdheidsincident en het voegingsincident
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023.