Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
De minderjarige verblijft bij de vrouw.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de moeder om voor recht te verklaren dat zij zelfstandig belast is met het gezag over haar minderjarige kind, geboren in Florida, Verenigde Staten, en met een verblijfplaats in Nederland. De vader heeft de Amerikaanse nationaliteit en de moeder de Nederlandse. De rechtbank stelt vast dat de zaak een internationaal karakter heeft vanwege de geboorte en eerdere verblijfplaatsen van het kind in de VS en de verschillende nationaliteiten van de ouders.
De rechtbank oordeelt dat zij internationaal bevoegd is op grond van EU-Verordening 2019/1111 en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, conform het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996. De moeder oefent op grond van het recht van Florida en Texas het gezag uit, aangezien de vader geen gezag heeft verkregen volgens het Amerikaanse recht. Ook volgens Nederlands recht heeft de vader geen gezag, omdat hij het kind niet heeft erkend.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en verklaart dat zij alleen met het gezag belast is. De vader stemt hiermee in en er zijn afspraken gemaakt over omgang en communicatie met het kind. De rechtbank benadrukt het belang van een ouderschapsplan en de betrokkenheid van de vader bij het kind, ondanks het eenhoofdig gezag van de moeder.
Uitkomst: De moeder wordt alleen belast met het gezag over de minderjarige.