ECLI:NL:RBZWB:2023:4144
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde bedrijfsruimte en toekenning proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsruimte aan een adres in een plaats, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €174.000 per 1 januari 2019. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, maar kwam deels tegemoet in bezwaren tegen andere onroerende zaken, waarvoor een kostenvergoeding werd toegekend.
Tijdens de procedure bereikten partijen op 5 mei 2021 een compromis over de WOZ-waarde van de bedrijfsruimte, waarbij zij een waarde van €129.000 overeenkwamen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de waarde vast op dit bedrag. Vervolgens werd alleen nog de hoogte van de proceskostenvergoeding en de vraag over een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn besproken.
De rechtbank oordeelde dat de complexiteit van de zaak een hogere wegingsfactor van 1,5 voor de kostenvergoeding in bezwaar rechtvaardigde, vanwege meerdere onroerende zaken met verschillende feitencomplexen. Voor de beroepsfase werd een wegingsfactor van 1 gehanteerd. Belanghebbende kreeg een totale proceskostenvergoeding van €2.168 toegekend, inclusief vergoeding voor een taxatierapport. Een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen omdat in de hoofdzaak binnen 13 maanden was beslist.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €129.000, aanslag aangepast en proceskostenvergoeding toegekend.