ECLI:NL:RBZWB:2023:4134

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 juni 2023
Publicatiedatum
14 juni 2023
Zaaknummer
02-821073-18 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen invoer cocaïne

Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van de verlengde invoer van cocaïne, medeplichtigheid daaraan, voorbereidingshandelingen en eenvoudig witwassen. De officieren van justitie vorderden ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €50.000,-.

Tijdens de zittingen heeft de verdediging betwist dat betrokkene het volledige bedrag heeft verkregen en stelde dat slechts €30.000,- toegewezen kan worden. De rechtbank baseert zich op het vonnis in de hoofdzaak en de bewijsmiddelen, waaronder de bekentenis van betrokkene dat hij €30.000,- heeft ontvangen.

Hoewel hogere bedragen in het vooruitzicht zijn gesteld, is niet wettig en overtuigend bewezen dat betrokkene deze daadwerkelijk heeft ontvangen. Daarom stelt de rechtbank het ontnemingsbedrag vast op €30.000,- en wijst de rest van de vordering af. Tevens bepaalt de rechtbank een gijzelingstermijn van 1080 dagen voor het geval betaling uitblijft.

Uitkomst: Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €30.000,- met gijzelingstermijn van 1080 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-821073-18
vonnis van de rechtbank d.d. 19 juni 2023
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene01]
geboren te [geboorteplaats01] en [plaats01] op [geboortedatum01] 1966
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
hierna te noemen: betrokkene.
Bijgestaan door raadslieden mr. R.A.A. Maat en mr. J.E. de Glopper, beiden advocaat te Goes.

1.De procedure

Betrokkene is op 19 juni 2023 door de rechtbank veroordeeld voor het medeplegen van de verlengde invoer van cocaïne, medeplichtigheid aan de verlengde invoer van cocaïne, het uitvoeren van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne en voor eenvoudig witwassen tot de in die uitspraak vermelde straf.
De officieren van justitie hebben de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 20, 21, 23, 24, en 30 maart 2023, waarbij de officieren van justitie mr. M. van Leeuwen en mr. I.M. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De officieren van justitie hebben hierbij hun vordering gewijzigd en gevorderd een bedrag van € 50.000,- te ontnemen. De behandeling is op 6 juni 2023 gesloten.

2.Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de verlengde invoer van cocaïne en het verrichten van voorbereidingshandelingen voor het invoeren van cocaïne. Naar de mening van de officieren van justitie heeft betrokkene daarmee een voordeel behaald ter hoogte van € 50.000,-. Dit bedrag is gebaseerd op het zaakdossier met betrekking tot de witwasverdenking.

3.Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de ontnemingsvordering slechts tot een bedrag van
€ 30.000,- kan worden toegewezen. Betrokkene betwist het overige deel van het gevorderde voordeel te hebben verkregen.

4.Het oordeel van de rechtbank

4.1
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Dat betrokkene het bewezenverklaarde heeft begaan, blijkt uit het vonnis van de rechtbank in de hoofdzaak met parketnummer 02-821073-18 en alle bij dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. Ook de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel blijkt uit dit vonnis en deze bewijsmiddelen.
Uit de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van het witwassen volgt dat betrokkene een bedrag van € 30.000,- heeft ontvangen voor de eerder genoemde strafbare feiten. Verdachte heeft bekend dit bedrag te hebben ontvangen. Hoewel uit de bewijsmiddelen volgt dat aan betrokkene hogere bedragen in het vooruitzicht zijn gesteld voor zijn aandeel bij de strafbare feiten, is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze bedragen ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De rechtbank zal dan ook uitsluitend het bedrag van € 30.000,- aanmerken als wederrechtelijk verkregen voordeel.
4.2
Vaststelling ontnemingsbedrag
De rechtbank zal het terug te betalen bedrag vaststellen op € 30.000,- en de vordering van de officieren van justitie voor het overige afwijzen.

5.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 30.000,-;
- legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 30.000,-, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- bepaalt de duur van de gijzeling, die bij niet betaling van het ontnemingsbedrag kan worden gevorderd, op
1080 dagen;
- wijst de vordering van de officieren van justitie voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen en mr. P.A.C. Admiraal, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 juni 2023.