Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde in conventie01] ,
[gedaagde in conventie02],
1.De procedure
NJ1998, 625). Als uitgangspunt geldt dan ook dat het enkele feit dat [eiser in conventie01] de aan zijn vordering ten grondslag gelegde rechtsverhouding onjuist heeft gekwalificeerd, de rechter niet ontslaat van deze verplichting. Dat is slechts anders, indien moet worden aangenomen dat [eiser in conventie01] zijn vordering uitsluitend beoordeeld wenst te zien op basis van een rechtsverhouding die aan die kwalificatie beantwoordt. De rechtbank heeft uit de gedingstukken van [eiser in conventie01] en de door hem ingenomen stellingen echter niet opgemaakt dat dit het geval was. Hierin wordt dan ook geen reden gezien terug te komen op het bij tussenvonnis overwogene.
€ 90,- in geval van betekening.