Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de ten laste gelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 6 april 2021 werd bij de woning van de benadeelde een handgranaat aan de voordeur gehangen en een ruit vernield. Camerabeelden toonden twee mannen bij de woning, waarbij één de handgranaat ophing. DNA van verdachte werd op de handgranaat en veter aangetroffen, maar het kon niet worden vastgesteld hoe en wanneer dit DNA daar terechtkwam.
De rechtbank stelde vast dat verdachte niet herkenbaar was op de camerabeelden en dat zijn telefoon geen locatiegegevens toonde die duidden op aanwezigheid bij de woning. Sociale gesprekken op zijn telefoon met een medeverdachte en een mogelijke opdrachtgever boden onvoldoende aanknopingspunten voor betrokkenheid of opzet.
De rechtbank oordeelde dat het enkele aantreffen van DNA onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid bij bedreiging of medeplichtigheid. Ook kon niet worden bewezen dat verdachte de handgranaat voorhanden had of betrokken was bij de vernieling van de ruit.
De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding, maar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partijen in de kosten van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.