ECLI:NL:RBZWB:2023:3935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen mede belanghebbende WOZ-waarde woning 2019
Belanghebbende, mede-eigenaar van een twee-onder-één-kap woning, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van €390.000 die de heffingsambtenaar voor 2019 had vastgesteld. De heffingsambtenaar handhaafde de beschikking en belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de waarde van de woning aan de hand van een door de heffingsambtenaar overgelegde taxatiematrix, waarin de woning werd vergeleken met vergelijkbare referentieobjecten in de omgeving die recentelijk waren verkocht. Belanghebbende heeft niet gereageerd op deze matrix en betwistte de gehanteerde vergelijkingsmethode niet.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had vervuld en dat de vastgestelde waarde niet te hoog was. Daarnaast was onvoldoende gemotiveerd gesteld dat rechtsbeginselen waren geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de beschikking gehandhaafd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €390.000 wordt ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd.