De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn buurmeisje, die destijds 15 en 16 jaar oud was. De feiten betreffen meerdere keren zoenen en het betasten van de borsten van het slachtoffer binnen vastgestelde pleegperiodes.
De rechtbank achtte de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en overtuigend, ondanks de aanvankelijke ontkenning van verdachte en zijn beroep op het zwijgrecht. De ontuchtige handelingen werden gepleegd in een context van groot leeftijdsverschil en misbruik van vertrouwen tussen de gezinnen, waarbij verdachte zich bewust was van de kwetsbaarheid van het slachtoffer.
De rechtbank verwierp de stelling van de verdediging dat sprake was van een voortgezette handeling en beperkte de bewezenverklaring tot de vastgestelde periodes. Verdachte kreeg een taakstraf van 120 uur opgelegd, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege procedurele tekortkomingen en de mogelijkheid om de vordering bij de burgerlijke rechter in te dienen.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het misbruik, het vertrouwen dat werd geschonden, en de impact op het slachtoffer en haar gezin.